Over leren, feedback en kwetsbaarheid

In mijn eerste blog – over creativiteit en leren – verwees ik naar leren in de zin van “the things you do, when you don’t know what to do” (Claxton, 1999). Een simpel verwoorde opvatting van leren die voor mij het beeld oproept van gepassioneerd leren, leren met hart en ziel. Dat klinkt mooi maar ga er maar eens aan staan: iets doen terwijl je niet weet wat je eigenlijk moet doen en dan ook nog met passie. Voor ons volwassenen klinkt dat, over het algemeen, niet zo vanzelfsprekend, maar kleine kinderen doen niets anders. Ze leren alsof hun leven ervan afhangt (en misschien is dat in zekere zin ook wel zo), met vallen en opstaan, door te onderzoeken en te experimenteren,  risico’s te lopen, fouten te maken en opnieuw te beginnen, door zelf te proberen en om te hulp vragen als het niet gaat. Er zijn weinig andere perioden in je leven waarin een mens zoveel en op een zo vanzelfsprekende manier leert als in de allereerste kinderjaren. En dat terwijl kinderen, over het algemeen, zulke kwetsbare wezens zijn. Kwetsbaar in de zin zoals Brené Brown dat omschrijft in haar boek ‘Daring greatly’*: onzekerheden trotseren, risico’s nemen, en je emotioneel bloot geven. Dat is immers wat je hele jonge (gezonde) kinderen voortdurend ziet doen. Kwetsbaarheid is dan ook, volgens Brown inherent aan leren en creëren. Maar naarmate we ouder worden, lijkt dat vermogen om ons kwetsbaar op te stellen af te nemen: we lopen niet graag risico’s, worden er onzeker van en moffelen die onzekerheden het liefst weg, we onderzoeken en experimenteren liever zo min mogelijk en bewandelen het liefst de gebaande paden. We zijn bang om te worden uitgelachen en afgekraakt als we een nieuw idee te berde brengen en/of bang om te falen.

In de bijlage van ‘Daring greatly’ citeert Brown een dichtregel van de Spaanse dichter Antonio Machado: ‘Caminante, no hay camino, se hace camino al andar’ ofwel ‘Reiziger, er is geen pad, je moet het pad al gaande banen’. Volgens Brown geeft deze regel heel mooi de essentie weer van haar eigen onderzoeksproces en de theorieën die dat heeft opgeleverd. Ik was er door geraakt omdat deze regel, volgens mij, een metafoor is van Claxton’s opvatting van leren: leren is je eigen pad creëren. Volgens Brown speelt het geven, ontvangen en vragen van eerlijke, constructieve en betrokken feedback daarbij een fundamentele rol. We dienen die feedback zo te geven dat het mensen en processen vooruit helpt. Daartoe heeft ze de ‘Engaged feedback checklist’ gemaakt (te downloaden van haar website).

Engaged feedback checklist

Het zijn aandachtspunten die een heel goede aanvulling vormen op de bekende regels voor het geven en ontvangen van feedback. Ze zouden in elke leeromgeving een mooie plek moeten krijgen. Voor Brown draait het bij feedback om kwetsbaarheid: ‘Vulnerability is at the heart of the feedback process” (Brown, 2012; p. 201). Feedback omschrijft ze dan ook als ‘sitting on the same side of the table’. Een prachtige metafoor: je stoel oppakken en naast elkaar aan tafel gaan zitten in plaats van – wat zo vaak het geval is – tegenover elkaar. Feedback in functie van gepassioneerd leren betekent dan: onzekerheden trotseren, risico’s nemen, en je emotioneel bloot geven, of het nu gaat om feedback geven, ontvangen of vragen.

Maar sinds ik ‘Daring greatly’ heb gelezen, puzzelt mij de vraag of wij als docenten, coaches, begeleiders of facilitators wel aan dezelfde kant van de tafel zitten als de studenten of professionals die we begeleiden. Ik ben er zelf, namelijk, niet zo zeker van en ben benieuwd naar de ervaringen van collega-docenten en andere leerprofessionals. Hoeveel ruimte is er überhaupt in het huidige onderwijs (en andere leersituaties) voor een thema als kwetsbaarheid, leren en creëren? Hoe vanzelfsprekend is die veronderstelde link tussen kwetsbaarheid en leren eigenlijk? En – suggestie van een lezer – wie of welke onderwijsinstelling durft / kan de ruimte geven om op deze manier feedback te geven. Op welke manier kun je dat stimuleren?

Ik ben heel benieuwd of er onder de lezers van dit blog ideeën over leven en welke. Als dat zo is, lees ik ze graag. Schroom dus niet om te reageren.

* Brené Brown (2012). Daring greatly: How the courage to be vulnerable transforms the way we live, love, parent and lead. New York: Gotham Books.

Creativiteit en leren

Creativiteit en leren

Onlangs lieten mijn twee, 7-jarige, kleinzoons, vol trots, hun eerste Youtube-filmpje zien. Het bleek een animatiefilmpje te zijn geïnspireerd door een echt incident met boeven en politie bij hun in de straat. Deze ervaring motiveerde hen extra om er een mooi verhaal van te maken. Ze keken hun kamer rond, zochten spullen bij elkaar, trommelden hun vriendjes op en gingen aan de slag. Al fantaserend en experimenterend hadden ze, samen met die vriendjes, hun eerste stop-motion filmpje gemaakt.

Een vader van een van de vriendjes, professioneel cameraman en documentairemaker, heeft geholpen met de afwerking en het on-line zetten van het filmpje, maar het product was duidelijk aan de verbeelding van de kinderen ontsproten, geïnspireerd door de werkelijkheid.

In mijn ogen laat dit voorbeeld heel mooi zien hoe creatief (gezonde) kinderen zijn en hoe belangrijk creativiteit is voor leren. Leren in de zin van “the things you do, when you don’t know what to do” (Claxton, 1999). Deze kinderen hebben al talloze animatiefilmpjes gezien, maar nooit eerder hadden ze zelf een filmpje gemaakt. Geïnspireerd door wat ze eerder hadden gezien, door het speelgoed en andere materialen die ze tot hun beschikking hadden en door elkaar, besloten ze hun eigen filmpje te maken.

Spelenderwijs en elkaar en zichzelf corrigerend, kwamen ze erachter hoe ze dat moesten doen. Al spelend leerden ze terloops om met elkaar samen te werken, problemen op te lossen, op hun gezond verstand af te gaan, fouten te herstellen, hun ideeën te verbeelden en hulp te zoeken en in te schakelen als dat nodig was.  Jammer toch, dat deze vorm van leren in het onderwijs systematisch zo weinig aandacht en waardering krijgt. In zijn boek ‘Out of our minds’ formuleert Ken Robinson (2011) het nog sterker: “Creativity is a multi-faceted process. (…) it can be fostered by many different ways of thinking, and it draws on critical judgment as well as imagination, intuition and often gut feelings. The dominant forms of education actively stifle the conditions that are essential to creative development”.

Zelf denk ik dat creativiteit en verbeeldingskracht onmisbare ingrediënten voor leren zijn. Zonder deze ingrediënten is leren smakeloos en saai, als chocola waarin de cacao ontbreekt. Bovendien kun je er, als verbeelding ontbreekt, moeilijk achter komen wat te doen als je niet weet wat je moet doen. Het lijkt mij logisch dat er, als creativiteit en verbeeldingskracht in leertrajecten niet worden aangesproken, vroeg of laat, motivatie- en ordeproblemen ontstaan en dat vroegtijdig schoolverlaten dreigt.

Creativiteit en het ontwikkelen daarvan krijgen momenteel veel aandacht. Vaak is dat ingegeven door een zich ontwikkelende 21ste eeuwse kennissamenleving die in toenemende mate vraagt om werkers die individueel of in groepsverband originele oplossingen kunnen bedenken voor bestaande of nieuwe problemen. Richard Florida introduceerde het begrip de ‘creative class’ en stelde zelfs dat menselijke creativiteit de nieuwe motor is voor economische groei (Florida, 2002).

Maar ook in onderwijsland staat (het bevorderen van) creativiteit hoog op de agenda. Als je googlet op de termen creativiteit én leren vind je talloze websites en publicaties waarin de verbinding tussen creativiteit en leren wordt benadrukt. Zo besteedt de site Onderwijs maak je samen, bijvoorbeeld, aandacht aan creativiteit en leren in het kader van het thema Creatief denken. Vaak draait het op deze sites om de vraag hoe je creativiteit kunt bevorderen. Ik denk echter dat dat een verkeerd uitgangspunt is. De vraag zou, mijns inziens, moeten zijn: hoe kunnen we zorgen dat we bij het ontwerpen van leertrajecten en het faciliteren van leren voortdurend een beroep doen op creativiteit en verbeeldingskracht van de lerende. Met Robinson ben ik, namelijk, van mening “(…) that we don’t grow into creativity; we grow out of it” (Robinson, 2011; p. 49). We verliezen onze creativiteit tijdens onze gang door de instituten waar we geacht worden te leren, van peuterspeelzaal tot en met allerlei instituten voor post-initieel onderwijs. Het wordt hoog tijd dat tij te keren.